Copyright © 2010
All Rights Reserved.

update 19-03-2017

De geschiedenis van een duivenfokker

 

home
jiennense
jongen
rasstandaard jiennense
paloma de classe
jongen
valenciana's
jongen
rasstandaard valenciana
duivenhok
geschiedenis
Spanje
stukjes
prijzen
duivenfilmpjes
contact
 

Een stukje geschiedenis van een fokker.

Wie schuilt er achter Kees Wijsman?
Kees is 60 jaar en werkt als hoofduitvoerder bij een
bouwbedrijf.

met de groene deur is de omgebouwde buiten-wc
dit is een omgebouwde  voliére
Keurmeester Kees

Vanaf mijn 7e jaar ben ik aan duiven begonnen,
met boerenmeeuwtjes in een omgebouwde buiten-
wc die niet meer in gebruik was.
Nadat er een nieuwe buurman kwam die postduiven
hield, kreeg ik in ruil voor hulp aan de bouw van een
nieuw duivenhok (ik zat inmiddels in de 2e klas van
de LTS) een ronde van 13 jonge postduiven met
1 jaar lidmaatschap van de plaatselijke duivenver-
eniging.

Het houden van kleindieren zit overigens bij ons in
de familie.
Mijn opa had zo lang ik mij kan heugen duiven,
Oud Hollandse meeuwen en bastaard meeuwen op
de boerderij.
Mijn vader hield duiven maar niet in verenigings-
verband. Ook dit waren bastaards.
Iedere week kwam er een poelier om overig mate-
riaal op te halen en alle jonge duiven gingen voor
de verkoop weg.
De jonge duiven brachten toen ƒ 0,50 op, dat moch-
ten wij houden als zakgeld want met 12 kinderen
zal het wel geen vetpot zijn geweest, hoewel ik mij
daar niet veel meer van herinner.

Na een paar jaar gevlogen te hebben, overigens
met wisselend succes, was het tijd voor een eigen
huis en kwam er een einde aan de postduiven.
Mede omdat het een huis werd zonder tuin, kwam
er wel een hokje aan de muur te hangen voor een
paar kroppers.
Toen kon de grote verbouwing beginnen want alles
moest vernieuwd worden, wat 11 maanden in be-
slag nam. Daarna werd er op het platte dak van
24 m2 een duivenhok gezet voor een bont gezel-
schap aan duiven.

Na 2 jaar kwam het huis van de buurman te koop
met een tuin en de koop was snel beklonken.
Na een verbouwing van een jaar konden de hokken
van de postduiven gebouwd worden. Hier werden leuke successen gehaald met de postduiven, onder andere: een 1e van 12.000 duiven en een week later een 3e van ruim 8.000 duiven.

Ook hier hebben we niet lang gewoond. Toen er in het plaatselijke krantje 4 bouwkavels te koop stonden hebben we ons ingeschreven. Inmiddels is het 1984 en werden we eigenaar van een bouwkavel. Tijdens de bouw, die we helemaal zelf deden, hebben we
1 jaar in een zomerhuisje bij een boerderij gewoond en jawel
dit was ook een duivenmelker waardoor er toch weer duiven gehouden konden worden.

Een nieuw huis met een mooie tuin en eindelijk rust. Ook toen moest er een hok komen ditmaal een prefab hok, wederom voor postduiven, inmiddels is het 1985.

Toen ik een paar jaar later naar de avondschool ging en minder tijd voor de postduiven kreeg, waardoor de successen minder werden, besloot ik om dan maar alles op te ruimen en een ras te gaan houden wat mij makkelijker leek.

Op een show bij Avifauna in Alphen a/d Rijn had ik de Valenciana’s gezien, dit leek mij wel wat en het geluk was aan mijn zijde. Een postduivenman uit ons dorp wist iemand die zijn Valenciana’s kwijt wilde. Dit bleek later om Peter van Rooijen te gaan. Ik kocht
al zijn 9 duiven en wat belangrijker was, ik kreeg een adres van een sierduivenclub.
De EZHSV in Den Haag waarvan ik toen lid ben geworden.

Op de EZHSV-show in dat jaar zaten ook Valenciana’s maar die zagen er heel anders uit dan mijn duiven. Nadat ik in contact ben gekomen met een fokker, ben ik in 1990 lid van de Valenciana club geworden, de VVF. Na bij verschillende fokkers duiven aangeschaft te hebben kwam ik erachter dat van een makkelijk ras geen sprake was, maar wel een uitdagend ras.

Zoals de meeste weten, brengen de Valenciana’s hun eigen jongen niet groot.
Hiervoor had ik postduiven in verschillende kleuren.

Zoals je op de foto’s kunt zien (zie de pagina Valenciana's) broeden de postduiven in pvc-pijpen die over de broedschotel geschoven worden.
Aan de voorzijde zit een opening waardoor de duiven naar binnen kunnen. Het grote voordeel hiervan is dat er geen jongen buiten de schotel raken en de duiven rustiger kunnen broeden.
Als de jongen 14 dagen oud zijn wordt er een 2e schotel op een verhoging bijgeplaatst, waar aan een volgend nest begonnen kan worden.
Bij de Valenciana’s liggen er begin april al jongen in de nestpan of zijn al gespeend. Waarvan vooral op de geelzilver en roodzilver kleurslagen gefokt wordt die niet veel voorkomen. De jongen die niet geschikt zijn voor de show gaan naar de liefhebbers van de vliegsport.

Ik fokte ieder jaar met 6 tot 8 koppels. Het streven was om uit ieder koppel 6 tot 8 jongen te fokken om een goed beeld te krijgen hoe ze vererven. Er wordt streng geselecteerd.
Er wordt vanaf ongeveer 5 dagen oud iedere dag op vitaliteit geselecteerd, er vallen er geregeld af. Ook de volwassen dieren die te lang haperen in gezondheid werden afgevoerd. Naar mijn idee is dit de enige manier om een bovengemiddeld aantal jongen van een koppel te fokken. Kortweg gezegd, veel jongen fokken en streng selecteren voor een gezonde stam duiven.

Ik ben lid van de EZHSV en van de SIS.

Na 18 jaar Valenciana's fokken heb ik na 1 jaar twijfelen de knoop doorgehakt en alles verkocht aan een beginnend liefhebber.

Tussendoor heb ik nog Oosterse Meeuwen geprobeerd een geweldig mooi ras maar het was toch niet wat ik zocht.

Nu ben ik bezig met Jiennense, ook één van de Spaanse kropperrassen maar wel één met een geweldige actie en niet onbelangrijk ze kunnen zelf hun jongen voeren.

Met de Jiennense ben ik ook bezig om zoveel mogelijk niet alledaagse kleuren te fokken. Mijn doel is om een mooi hok met dunkleuren te fokken, zoals blauw, geelzilver en de schimmel duiven vind ik ook mooi.
De eerste aanzet is al gelukt het eerste jaar gelijk al twee blauwzilvers uit een roodzilver doffer x een blauwe duivin.

Wat ik wel heel erg belangrijk vind, is, dat ze moeten bijven vliegen.
Daar zal ik nu veel beter op letten als vroeger. Mooie duiven op je hok is leuk, maar als ze niet vliegen, gaat voor mij de lol eraf.

Kees Wijsman